Naar inhoud
Gemeente Mol

Socialisme, Gildenhuis en flamingantisme in de 19e eeuw

Naast de tweestrijd tussen liberalen en katholieken, kwamen er andere spelers op het maatschappelijke veld. De katholieke clerus had van kardinaal Mercier de opdracht gekregen om de werknemers apart te organiseren. Het Gildenhuis was hiervan het gevolg en al voor 1914 werden er een vakvereniging en een ziekenfonds gesticht. De Molse hoge burgerij, pas opnieuw aanleunend bij de kerk, bleef tot na 1918 hier argwanend tegenover staan.

Op het einde van de 19de eeuw had het socialisme al aanhang gevonden bij de volksklasse. Zoals de werknemers van de katholieke patroons naar het Gildenhuis neigden, zo vonden de werknemers van de liberale patroons eerder hun gading bij het socialisme. Vooral in de wolfabrieken waren er al vroeg aanhangers van het socialisme. Daar vonden er ook bitsige stakingen plaats.

Toch zou het duren tot na 1918 eer de socialistische organisaties op gang kwamen. Een groep muzikanten van de Eendracht vond het toen toch meer gepast om hun eigen socialistisch muziekkorps op te richten. De partijtop zond vanaf toen ook een propagandist naar Mol. De zetel van de werking lag op de Rozenberg in het gekende Volkshuis en de industrialisering van Mol deed de gelederen versterken. 

De verfransing was in Mol ingezet tijdens de Franse bezetting toen er Franse ambtenarij binnendruppelde. Die families drongen door tot de hogere burgerij. Na 1830 won het Frans traag veld. Vooral de toegenomen scholarisatie op het einde van de 19de eeuw, de attractie van staatsbetrekkingen, voorbehouden aan Franssprekenden, en de sterkere mobiliteit, ook in huwelijken, maakte dat omstreeks 1900 bij de hogere burgerij het Frans een sterke positie innam, al kenden ze praktisch allemaal nog de volkstaal.

Toch was er al langer een reactie op de exclusieve dominantie van het Frans bij de staat. De meeste Molse katholieken en liberalen verdedigden de volkstaal, zoals duidelijk wordt uit de lectuur van de Gazet van Moll en het Annoncenblad van Moll. De Vlaamse studentenbeweging kreeg ook in Mol vaste voet met de Vlaamsch en Volksch.

In de katholieke partij wogen de Vlaamsgezinden en de democratische vleugel in het arrondissement Turnhout steeds sterker in de jaren voor 1914. Na 1918 bracht dit Charles de Broqueville in verlegenheid.