Naar inhoud
Gemeente Mol

Mannen die het maakten in de 19e eeuw

De 19de eeuw was een eeuw van grote verandering. Naast schrijnende armoede waren er ook mogelijkheden. Enkele voorbeelden.

Uit Gijzegem bij Aalst kwam Antoon Van Eetvelde naar Mol-Postel. Hij was als rentmeester in dienst van de adellijke familie Robiano-de Broqueville. Rentmeester Van Eetvelde was actief in de landbouw- en bossector. Hij zag omheen de Maat hoe er hooi verhandeld werd, gewonnen op de nieuwe vloeiweiden, aangelegd met water van het kanaal. Van Eetvelde schafte zich in de omgeving van De Maat en Den Diel ook grond aan, maar er was meer. Hij zag hoe bij werken aan het kanaal onvruchtbaar en steriel wit zand op de bermen gestort werd. De Dienst van de Kanalen zag dat de aangeplante boompjes op die witte droge grond niet wilden groeien. Ze waren wat blij toen de snuggere Van Eetvelde hen voorstelde om gratis dat zand weg te halen, en er dan op de verlaagde berm nieuwe boompjes bij te planten. Zo startte tegen 1860 de zandwinning. Zoon Edmond Van Eetvelde zou het via de kolonie Congo nog ver schoppen. 

Een ander succesrijk ondernemer was Befonet Losson. Deze Waal uit de omgeving van Namen zat in de jaren 1840 als brigadier bij de douanes in Postel op de nieuwe Depot, ten noorden van de abdijmuur. Losson werd er kolonel en werd actief in de ontginning en de irrigatie van heide op Mol-Roskam, of Rauw-Heide. De villa Losson staat er nog. Een derde story was die van Guilliam Krings. Hij kwam uit Urdingen in het Pruisische Rijnland via Brussel naar Mol. Hij werd na de Omwenteling van 1830 de nieuwe burgemeester van Mol. In 1846 was hij staatsopzichter van Openbare Werken. Dat opende voor de familie de weg naar een wolfabriek in Mol. 

Cardinaels was afkomstig uit Limburg. Hij werd postklerk in Mol. Hij trouwde er met een dochter van de rijke familie Vervoort van het Laar. De katholieke partij verloor in Mol bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1932 tegen de sterke tegenstander Thomas De Backer. De katholieke kopman Alfons De Clercq kon via eerste minister Charles de Broqueville de benoeming van De Backer als burgemeester blokkeren. Uiteindelijk werd houthandelaar Cardinaels als burgemeester vanuit Brussel benoemd. Deze burgemeester buiten de raad, de tweede al op één eeuw, bracht het er goed vanaf. Toen de gemeente enkele jaren later het domein van de Maat, wilde kopen van de familie van Eetvelde, werd er geopperd dat het niet ging want er was geen geld in kas. Cardinaels schoot uit eigen zak voor, wat in het spaarzame Mol genuanceerde bewondering uitlokte. 

Het verst schopte het Charles de Broqueville, een Postelse kasteelbewoner. In het midden van de 19de eeuw had die familie het gebied van Postel aangekocht, en de abdijgebouwen weer aan de norbertijnen geschonken die er een tweede doorstart namen.

De naam de Broqueville stamt van een Franse luitenant die een rijke erfdochter uit het geslacht Le Candèle de Gyseghem huwde. Zijn schoonmoeder Elisabeth de Robiano stamde uit de Antwerpse geldadel. Zij zorgde er mee voor dat de zusters van haar orde uit Gijzegem de school van de Rozenberg konden stichten.

In Postel aangekomen, werd Stanislas de Broqueville senior provincieraadslid voor de katholieke partij. Zijn zoon Charles bracht het verder. Met de steun van de Molse pastoor Cuypers bracht hij het tot parlementslid en nadien minister. Hij begunstigde Mol onder meer via tewerkstelling in het Opvoedingsgesticht. De Broqueville steunde op de Gazet van Moll en de katholieke burgerij van ‘den Eden’. Hij bracht het tot minister en in 1913 tot eerste minister. In 1917 nam hij ontslag, maar werd nadien nog minister en zelfs eerste minister van 1932 tot 1934.