Naar inhoud
Gemeente Mol

Omgevingsvergunning, oprichten nieuwe gebouwen en constructies

Wat?

Voor het oprichten van constructies heb je bijna altijd een omgevingsvergunning nodig.  Om te weten of je voor je bouwwerken een vergunning nodig hebt, kan je terecht bij de dienst ruimtelijke ordening. Op www.ruimtelijkeordening.be vind je onder het item ‘Vergunningen’ ook heel wat informatie.  Let op! Mogelijk moet je een minimumaantal parkeerplaatsen voorzien.

Voor wie?

Iedereen die om een omgevingsvergunning verzoekt.

Voorwaarden?

De dossiersamenstelling hangt af van wat je wilt bouwen

  • Melding

Voor de aanbouw van bijgebouwen aan de woning zoals een veranda, een carport tegen de zijgevel, een annex met bijkeuken of  een kleine gelijkvloerse uitbreiding wordt de vergunningsplicht onder voorwaarden vervangen door een meldingsplicht.

Er geldt een maximum van 40 vierkante meter aangebouwde bijgebouwen per woning. De bestaande aangebouwde bijgebouwen, zoals veranda’s en bijkeukens moeten meegeteld worden bij de berekening van deze maximale oppervlakte.

De meldingsplicht geldt enkel voor aangebouwde bijgebouwen die

  • niet hoger zijn dan 4 meter, gemeten vanaf de grond
  • de functie van de woning en het aantal woongelegenheden niet wijzigen
  • in de zijtuin minstens 3 meter van de perceelsgrens blijven
  • in de achtertuin minstens 2 meter van de perceelsgrens blijven
  • tegen een aanpalend gebouw gebouwd, mogen ze tot op de perceelsgrens reiken, voor zover de bestaande scheidingsmuur niet gewijzigd wordt. De bouwdiepte van het bijgebouw mag de bouwdiepte van het aanpalend gebouw niet overschrijden.

Bovenstaande bepalingen gelden niet als:

  • deze strijdig zijn met o.a. voorschriften van verkavelingen, stedenbouwkundige verordeningen, ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg of met uitdrukkelijke voorwaarden van reeds afgeleverde vergunningen.
  • De werken plaatsvinden in of aan beschermd erfgoed (bvb. monumenten, cultuur-historische landschappen, stads-en dorpszichten) (meer info via https://geo.onroerenderfgoed.be/)
  • De werken plaatsvinden in een afgebakende oeverzone, in de 5 meter brede strook, te rekenen vanaf de bovenste rand van het talud van ingedeelde onbevaarbare en bevaarbare waterlopen.
  • De werken worden uitgevoerd voor de rooilijn of in een achteruitbouwstrook.

Als voor het bouwen van de bijgebouwen constructieve ingrepen aan de bestaande woning nodig zijn (zoals bijvoorbeeld het maken van nieuwe gevelopeningen, of openingen in dragende muren), dan moet een architect betrokken zijn bij de opstelling van het meldingsdossier.

  • Geen architect

De dossiersamenstelling hangt af van wat je wil bouwen. Als je nieuw op te richten constructie kleiner is dan 40 m²,  de kroonlijsthoogte beperkt blijft tot 3 meter, de nokhoogte blijft beperkt tot 4,5 meter en je raakt niet aan de stabiliteit van het (bestaande) gebouw (je voert geen constructieve werken uit) kan je zonder de medewerking van een architect een melding indienen.

  • Wel architect

Is je nieuw op te richten constructie groter dan 40 m², raak je aan de stabiliteit van het gebouw, (voer je constructieve werken uit) moet je een aanvraag indienen met een architect.

De volledige wetgeving over de verplichte medewerking van een architect vind je hier.

Hoe aanvragen?

Je kan jouw aanvraag digitaal of op papier indienen. Digitale aanvragen moeten worden ingediend via het Omgevingsloket (http://www.omgevingsloketvlaanderen.be/). Aanvragen op papier kunnen per aangetekende zending of door afgifte tegen ontvangstbewijs aan de betrokken diensten worden bezorgd.

Als de medewerking van een architect verplicht is, ben je verplicht jouw aanvraag digitaal in te dienen.

Het gemeentebestuur is verplicht om gebruik te maken van het Omgevingsloket. Dossiers die bij het gemeentebestuur ingediend worden op papier, worden achteraf door ons gedigitaliseerd . Er wordt voor deze dossiers een bijkomende kost aangerekend.

Om een omgevingsvergunning aan te vragen, vul je een aanvraagformulier met bijhorend addendum in. Dit kan je hier downloaden.

Een volledige inhoudelijke omschrijving van de dossierstukken (bijvoorbeeld: wat moet er allemaal op een inplantingsplan staan) staat in het normenboek

Afhandeling?

Je dossier doorloopt de volgende stappen:

  1. De betrokken diensten onderzoeken of je aanvraag de nodige documenten en plannen bevat.
  2. De omgevingsambtenaar wint interne en externe adviezen in en organiseert mogelijk een openbaar onderzoek.
  3. Rekening houdend met deze adviezen, wordt door de omgevingsambtenaar een advies geformuleerd.
  4. Het college van burgemeester en schepenen geeft een definitief (bindend) advies en giet dit in een vergunning/weigering
  5. Er wordt een kopie van de beslissing naar Stedenbouw Antwerpen gestuurd.
  6. De omgevingsvergunning wordt je per beveiligde zending toegezonden.
  7. Een mededeling dat een beslissing werd verleend, wordt door de aanvrager binnen de 10 dagen na de beslissingsdatum op de plaats van de bouwwerken uitgehangen en dit gedurende 30 dagen.
  8. 35 dagen na uithanging mag je met de bouwwerken starten.