Naar inhoud
Gemeente Mol

AED-toestel

Wat?

AED staat voor automatische externe defibrillator en geeft iemand met een hartstilstand betere overlevingskansen bij reanimatie. Het AED-toestel dient een elektrische schok toe aan het hart om het hartritme te herstellen. Behalve hartmassage en mond-op-mondbeademing verhoogt het AED-toestel de slaagkansen van de reanimatie aanzienlijk. De toestellen werden op goed bereikbare en druk bezochte plaatsen opgehangen.

Je vindt verschillende AED-toestellen in onze gemeente. Bekijk hier het overzicht.

Heeft je vereniging een AED-toestel? Geef het door via ons e-formulier.

Voor wie?

Iedereen kan een AED-toestel gebruiken bij een persoon die een hartstilstand heeft.

Voorwaarden?

Een AED is heel eenvoudig te bedienen.

  1. De meeste toestellen hebben maar één of twee knoppen: één om het toestel aan te zetten en eventueel een tweede om een elektrische schok toe te dienen. Zet het toestel aan.


  2. Zodra de AED geactiveerd is, stuurt de adviesstem de hulpverlening. De eerste adviezen zijn altijd: ‘Alarmeer de hulpdiensten’ en ‘Ontbloot de borstkas van het slachtoffer’.


  3. Zodra de borstkas van het slachtoffer ontbloot is, brengt de eerstehulpverlener de twee zelfklevende elektroden van het AED-toestel aan. De AED vraagt om het slachtoffer niet meer aan te raken en begint met een automatische analyse van het hartritme.


  4. Als de AED levensbedreigende hartritmestoornissen vaststelt, zal hij een stroomstoot door het hart toedienen. Dit wordt ook defibrilleren genoemd. Bij sommige AED-toestellen moet de hulpverlener dit zelf doen door op een knop te drukken.


  5. Een snelle stroomstoot kan het normale ritme van het hart herstellen, zodat het bloed weer door het lichaam gepompt kan worden. Zo wordt hersenschade bij het slachtoffer voorkomen.


  6. Daarna is hartmassage en beademing altijd nodig. Ook dat zegt het toestel. Na twee minuten reanimeren analyseert de AED opnieuw het hartritme om te zien of er nog een schok nodig is. Zo gaat de eerstehulpverlener door met reanimeren en defibrilleren tot de ziekenwagen of de MUG ter plaatse is. 

Meer info

Sportdienst, 014 33 05 03, sportdienst@gemeentemol.be