Naar inhoud
Gemeente Mol

Na 100 jaar nieuw waterrad aan Molse watermolen

Na 100 jaar kreeg de middeleeuwse watermolen aan de Molse Nete ter hoogte van ’t Getouw opnieuw een waterrad. Het gemeentebestuur, vzw Kemp en de Molse Kamer voor Heemkunde hebben samen deze klus geklaard. Daarbij kregen ze de hulp van het Technisch Instituut Sint Paulus en van de firma Baudoin. Het watermolenhuisje is een museum over alle aspecten van de Molse Nete.

Maar liefst 100 jaar heeft het geduurd vooraleer er opnieuw een waterrad draait aan de middeleeuwse watermolen langs de Molse Nete ter hoogte van ‘t Getouw. Het gemeentebestuur, de vzw Kemp en de Molse Kamer voor Heemkunde sloegen de handen in elkaar om deze uitdaging te realiseren. Het ging wel enkel om de installatie van het waterrad, het eveneens verdwenen maalmechanisme werd niet hersteld.

Museum ‘De Beekjuffer’

Het watermolenhuisje wordt beheerd door natuurvereniging De Gagel. Deze vereniging heeft er een klein museumpje ingericht over de verschillende aspecten van de Nete. De naam van het nieuwe museum luidt ‘Beekjuffer’. Dankzij de stijging van de waterkwaliteit van de afgelopen jaren, duikt dit verdwenen insect stilaan weer op langs de Nete. Het museum richt zich op groepen en schoolklassen van maximum 25 personen.

Vroege Middeleeuwen

De watermolen kent een rijke geschiedenis en heeft al ettelijke verbouwingen ondergaan. Het huidige gebouw is slechts een overblijfsel van de oude watermolen die al eeuwenlang langs de Molse Nete staat. Zeker sinds de vroege Middeleeuwen stond op deze plek een watermolen voor het malen van graan.

Deze molen was gedurende lange tijd de enige grote aandrijfmachine in onze gemeente. Daar kwam pas in de 15de eeuw verandering in met de komst van een windmolen in Achterbos. Water en wind waren in de Middeleeuwen eigendom van de dorpsheer, bij ons de voogden van Mol. De watermolen had een monopolie en moest alle graan malen. Uiteraard betekende dit een grote bron van inkomsten voor de voogd. De watermolen werd verpacht en zo werd de molenaar een invloedrijk en belangrijk dorpsfiguur.

Oude en nieuwe Nete

Al vanaf de Middeleeuwen waren er klachten over de hinder die de watermolen veroorzaakte. Deze wrevel zou later bijdragen tot de ondergang van de watermolen. Om te malen werd het waterpeil opgestuwd wat stroomopwaarts regelmatig tot overstromingen leidde. Om de watermolen meer water te geven, werd in de 14de eeuw een omvangrijke ingreep uitgevoerd: het water van de Oude Nete werd ter hoogte van de Bresserdijk (zijstraat Rozenberg) afgeleid naar de Scheppelijke Nete.  Zo ontstond de 'Nieuwe Nete', de 'echte Mol-Nete' kreeg de naam 'Oude Nete'. Helemaal geslaagd was die ingreep niet. Het Loffensvaartje dat enkele decennia geleden een honderdtal meter stroomafwaarts van de watermolen werd aangelegd, corrigeert de oude ingreep.

Einde

Met de Franse Revolutie in 1789 verloren de dorpsheren hun alleenrecht op molens. Door de opkomende concurrentie daalde hierdoor het belang van de watermolen in onze regio. Om de wateroverlast in te perken, besloten in 1906 het gemeentebestuur en de provincie de watermolen te onteigenen. De molen werd stilgelegd. In 1925 wordt de middelmuur van de molensluis gesloopt. Het molenaarshuis werd door het gemeentebestuur verkocht en afgebroken aan het einde van de jaren '50.

Restauratie

Een eerste restauratie van het overblijvende molengebouw gebeurde in 1986 door de Molse Kamer voor Heemkunde vzw en de Koning Boudewijnstichting. Nu hebben de vzw Kemp en de Molse Kamer voor Heemkunde samen met de gemeente Mol de krachten gebundeld om het rad weer aan te brengen. De leerlingen van het Technisch Instituut Sint-Paulus maakten het rad, de firma Baudoin leverde kosteloos de kogellagers. De gerestaureerde molen zal samen met het wolhuisje, het kapelletje van de Rozenberg en het sassencomplex een bijzondere aantrekkingspool vormen langs deze drukbelopen 'groene' wandelweg in het Centrum.