Naar inhoud
Gemeente Mol

Het Wolhuisje

Gedurende eeuwen waren schapen van groot economisch belang voor de Kempense bevolking. Ze produceerden niet alleen wol, vlees en melk maar ook mest waarmee onze voorouders de uitgestrekte heidevlakten beetje bij beetje trachten om te vormen tot weide- en akkerland.

Om de wol optimaal te kunnen verwerken was het noodzakelijk dat deze zo goed mogelijk gewassen en gespoeld werd. Hiervoor had men overvloedig zuiver, stromend water nodig en uit ervaring wist men dat het water van de Nethe hiervoor uitstekend geschikt was.

Dat wist ook Hendrik Peten (1818-1884). Zijn voorouders waren landbouwers en schaapherder in dienst van de abdij van Averbode. Na de Franse revolutie vielen ze zonder werk. Ze verhuisden van Balen naar Mol en kwamen er aan de kost als wolbewerkers.  Op 3 maart 1879 bekwam hij van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Moll de toelating om "eene wolwasscherij op te richten op zijnen moestuin wijk F nr 1060 op drij meters afstand van de Neeth".  Opmerkelijk bij deze vergunning was dat men " de noodige maatregels van voorzorg" moest nemen om schade , hindernis of ongezondheid te voorkomen en om het milieu (!) te beschermen.  Zo moest men beletten dat "vuile waters of vuilnissen in de rivier de Neeth zouden gebracht worden welke de waters er zouden van kunnen bederven."  Op 21.04.1879 was het bouwwerk voltooid en mocht zoon Theophiel Peten (1851-1918) zijn naam in de dwarsbalk kerven (nu nog zichtbaar).

Gedurende meerdere decennia hebben Theophiel en zijn zonen het gebouw als werk- en opslagplaats gebruikt bij het wassen van wol.

Na 1918 werden in de weverij van de gebroeders Peten niet alleen de traditionele rode dekens met zwarte strepen geweven maar ook witte dekens met blauwe strepen. Hierdoor kreeg het huisje een nieuwe bestemming. De ongeverfde weefsels met hun natuurlijke (licht-beige) kleur werden er onder invloed van zwaveldampen gebleekt tot helder-wit. Het wolwashuisje werd opgedoopt tot "solferkotteke".

Tijdens de tweede wereldoorlog lag de weverij stil en zou niet meer worden opgestart.  Het gebouw heeft nog jaren als magazijn gediend voor de drukkerij Eysermans-Swerts.  In de laatste decenia van vorige eeuw geraakte het volledig in verval.  In 2003 heeft Kemp dit zieltogend gebouw van de totale ondergang gered.  Na een grondige renovatie blijft het Wolwashuisje - alias Solferkotteke - overeind ans één van de weinige, stille getuigen van de Molse wolnijverheid.  Het gebouw wordt bij de begeleide stadswandelingen door de gidsen steeds bezocht.